Op blz 47 zegt u dat “de Nederlandse journalistiek in de jaren negentig bijna uitsluitend van zichzelf uitging en niet meer de vanzelfsprekende vragen stelde, niet meer op zoek ging; een parmantige journalistiek kortom die het allemaal al wist”.
Maar op blz 49 zegt u opeens dat “de Nederlandse journalistiek in de jaren tachtig én negentig beslist beter zijn geworden, professioneler, kritischer, hoger opgeleid, onafhankelijker en numeriek sterker”.
Welke uitspraak moet ik nou geloven?
Keuze vraag:
Ik heb voor deze vraag gekozen omdat het mij niet duidelijk is hoe hij nou precies over de Nederlandse journalistiek in de jaren negentig denkt. Hij beweert eerst dat de Nederlandse journalistiek in de jaren negentig onprofessioneel te werk ging, namelijk niet meer de vanzelfsprekende vragen stellen en het allemaal al weten. En in uitspraak twee beweert Henk dat de Nederlandse journalistiek in de jaren negentig professioneler, kritischer en onafhankelijker zijn geworden. Welke uitspraak moet ik dan geloven?
Abonneren op:
Reacties posten (Atom)
Geen opmerkingen:
Een reactie posten